Tijdens het toernooi leefde heel Nederland mee met het Nederlands elftal. We juichten samen, waren trots en voelden ons verbonden met het team. Ik heb talloze filmpjes gezien van uitzinnige supporters die samen de successen vierden.
Maar na een nederlaag verandert de toon soms razendsnel. Kritiek op de bondscoach en spelers hoort bij topsport. Racistische reacties, beledigingen en haat niet.
Juist verlies en teleurstelling laten zien wie we werkelijk zijn. Niet wanneer alles goed gaat, maar wanneer verwachtingen niet worden waargemaakt.
Dat roept voor mij een grotere vraag op. Een vraag die verder reikt dan één wedstrijd en invloed heeft op de cultuur die we doorgeven aan volgende generaties. Wat leren we kinderen en jongeren als waardering afhankelijk blijkt van winnen? Welk klimaat creëren we wanneer sporters na verlies niet alleen worden bekritiseerd om hun prestaties, maar ook worden aangevallen vanwege hun afkomst of huidskleur?
De manier waarop sommigen met die teleurstelling omgaan, laat zien dat racisme en uitsluiting nog altijd een plek hebben in onze samenleving. Dat vraagt niet alleen om het veroordelen van racistische uitingen, maar ook om de moed om met elkaar in gesprek te blijven over de waarden die wij willen doorgeven.
Ik geloof dat we een cultuur nodig hebben waarin mensen meetellen om wie zij zijn als mens, niet alleen wanneer zij succes brengen. Trots zou niet afhankelijk moeten zijn van winnen, maar van inzet, waardigheid en de manier waarop we elkaar behandelen, juist wanneer het tegenzit.
Misschien is de belangrijkste vraag daarom niet hoe het Nederlands elftal heeft verloren. Maar hoe wij als samenleving met verlies omgaan.
Misschien is de grootste overwinning niet de uitslag van een wedstrijd, maar het voorbeeld dat wij geven aan de volgende generatie.
Een samenleving wint pas echt wanne
